
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De
regio rond Pelinos kenmerkt zich door typisch
kleine dorpjes en historische plaatsen als Fatima, Tomar en Ourém.
Onderstaand
vindt u diverse links naar bezoekwaardige plaatsen in de omgeving van onze
camping. |
|
|||||||||||
|
|
|
|||||||||||
webdesign by Bluesbarn Alqueidâo © 2008
|
Deze stad ligt in het dal
van de Rio Nabão, een zijrivier van de Rio Tejo in het district Santarém. De naam Tomar is afgeleid van het Arabische woord voor rivier. Tomar wordt omringd door heuvels, maisvelden,
dennenbossen, olijf- en eucalyptusbomen. Al van veraf is duidelijk
te zien welke cultuurhistorische betekenis Tomar
heeft. Net als andere stadjes in
Portugal -Alcobaça, Mafra
en Batalha- wordt deze bepaald door één bouwwerk, in dit geval een klooster
annex burcht op een heuvel. Deze burcht was nu eens
niet het gevolg van het nakomen van een gelofte of ontstaan in opdracht van
een koning, maar op instigatie van twee elkaar opvolgende ridderorden. Dit waren religieus-militaire verenigingen van ridders, die zich
tot taak hadden gesteld het Heilige Graf in Jeruzalem en de pelgrims
op hun tocht daarheen te beschermen. De combinatie van monnik en
ridder was in de Middeleeuwen een normaal en geaccepteerd verschijnsel. In de 18de eeuw zou Tomar één van de eerste geïndustrialiseerde steden van
het land worden. Er kwam een textielnijverheid. Zij viel nog in handen van
de Fransen, waartegen de stedelingen in opstand kwamen. Tomar
werd bevrijd door de Engelse aanvoerder Wellington, die tevens een
bestaanverbod op legde aan alle (katholieke) ridderordes, ook die van
Christus. Er leven zowat 20.000
mensen in Tomar dat deel uit maakt van het district
Santarém. Het gehele stadsgebied is dubbel zo
bevolkt. Tomar ligt in Ribatejo
(letterlijk: bij de rivier Taag), één van de vruchtbaarste gebieden van
Portugal waar benevens de pijnbomen vooral vijgen en
olijven gedijen. Onder de huidige stad, die
de belangrijkste is van de Midden-Taag regio,
liggen twee Romeinse steden Nabantia en Sellium. De rivier die de stad doorkruist heet overigens Nabão. |
|
|
Bij het haventje van de Pousada vertrekken cruiseboten voor tochten van twee á
vier uur.
|
De camping ligt midden in
natuur (rural), met mooie uitzichten en
mogelijkheden voor lange wandelingen.
Een aantal kilometers ten oosten
van Tomar ligt het Barragem
do Castelo de Bode, een stuwmeer in de Rio Zézere.
De stuwdam is 115 m hoog
en 400 m lang. Het meer is toegankelijk voor watersporters en hengelaars.
Meer naar het noorden
liggen nog enkele stuwmeren in de Rio Zézere: Barragem da Bouça en Barragem do CabriL en Pedrogáo Grande, dit laatste meer, heeft een Igreja Matriz met beelden van
Jean van Rouen. |
Cultuur en Evenementen
|
Historische
bezienswaardigheden Tomar: Op het belangrijkste
plein, het Praça da República
met een standbeeld van grootmeester Gualdim Pais,
staat tegenover het 17e-eeuwse raadhuis de Igreia
de São João Baptista. Het opvallendste aspect
aan deze laat-gotische lmanuelino-kerk
uit de 15e eeuw is de Manuelino klokken toren met
de achthoekige bovenbouw en piramidevormige spits. Het flamboyant-gotische
hoofdportaal is van de hand van een onbekende Franse kunstenaar. Dit geldt
ook voor de achthoekige gebeeldhouwde kansel. Aan de muren hangen
schilderijen van de Portugese primitieven, 16e eeuw. 'Het Laatste Avondmaal'
en 'Salomé' worden toegeschreven aan Gregório Lopes. In de buurt van dit plein
in de vroegere jodenwijk staat de Sinagoga, Rua Dr. Joaquim Jacinto.
Veel synagoges
zijn er in Portugal niet bewaard gebleven. Dit kerkje uit de 15e eeuw heeft
ook maar nauwelijks de vernielzucht van andersdenkenden doorstaan. Het
heiligdom werd tussen 1430 en 1460 gebouwd en is slechts kort door de joodse gemeenschap
gebruikt. In 1496 vaardigde Manuel I een edict uit waarbij de joden werden
gedwongen óf het land te verlaten óf zich tot het christendom te laten
bekeren. Velen kozen voor de eerste 'oplossing' en vertrokken naar de Lage
Landen (Nederland en België) en Duitsland. Het Museu
Luso-Hebraico 'Abraão Zacuto' is nu nog bescheiden van omvang, maar moet in de
toekomst uitgebreid worden tot een cultureel en religieus centrum. In 1987
werden naast de synagoge de rituele baden, mikveh, uit
de 15e eeuw blootgelegd. Monumento
Henrique o Navegador Hendrik de Zeevaarder
heeft zijn plaats gekregen op het plein aan de ingang van het bos 'Mata dos Sete Montes'. Vanaf hier loopt
een kronkelende weg heuvelopwaarts. U bereikt eerst de Ermida
de Nussa Senbora da Conceigáo. Deze 16e-eeuwse kapel is
een bijzonder zuiver voorbeeld van de vroege renaissancebouw. Wie de
architect is, is niet bekend. In het interieur vallen het tongewelf en het caissettenplafond met rozet versieringen op. Bovenop de heuvel
is parkeerruimte en het Castelo dos Templários, zie plattegrond van het complex en het
kloostercomplex. Na de verovering van Santarém in 1147 en dat van Tomar
in 1159 begon grootmeester Gualdim Pais met de bouw
van een kasteel, waarvan niet veel meer is overgebleven dan de omwalling en
de Rotunda. Via de Torre
de Homenagem in de nog altijd indrukwekkende muur
betreedt u de binnenplaats, de rustbanken zijn geheel bedekt met 'azulejos', die tot tuin is omgewerkt. Een dubbele trap
leidt naar de tempelierskerk, beter bekend als
Rotunda. Onder Manuel I is deze zestienhoekige kerk, gebouwd naar Syrisch-Byzantijnse
principes, uitgebreid met een manuelino-schip en
daaronder de kapittelzaal. Het geheel is daarmee opgenomen in de nieuwbouw
van het klooster. Het schitterend
gebeeldhouwde manuelino-portaal uit de 16e eeuw is
van de hand van Joáo de Castilho:
het is een kleinere, intiemere pendant van het zuidportaal van het klooster van Belém.
De 12e-eeuwse Rotunda, nu het koor van de kloosterkerk, is gebouwd rond een
achthoekig heiligdom, de 'charota', dat door 16
ribben met het plafond en de buitenmuren is verbonden. Van de Byzantijnse
wandschilderingen is hier en daar (op de boog) nog iets zichtbaar. De rest
van de decoraties is manuelino en renaissance.
(stucwerk, kleurrijk beeldhouwwerk en schilderijen) Omgeving Tomar: Vier kilometer ten
noordwesten van Tomar zijn de resten te zien van
het Aqueduto de Pegòes Alto, 1593-1614, architect Filippo
Terzi) dat de watertoevoer van het klooster
regelde. Het aquaduct is 5 km lang en telt 180 bogen.
Ten westen van Tomar ligt het bedervaartstadje
Fátima Noordoostelijk daar van bereik je Ourém en
zijn 15de eeuwse kasteel. Oostelijk ligt de
Nationale Dam, Barragem do Castelo
de Bode, met zijn meer en de eilanden vol eucalyptusbomen. Noordelijk ligt het dropje Dornes.
Links naar bezienswaardigheden
in Tomar Convento de Cristo Igreja de São João Baptista
|
Iets meer oostelijk bereik
je Sardoel waarvan de bewoners in de 16de eeuw faam genoten als schilders en
dansers. Abrantes
dagtekent uit de 13de eeuw en ligt zuidelijk. Het was een militair
hoofdkwartier tijdens de Peninsula Oorlog
(1808-1814) met Fransen en Engelsen. Ten westen ligt Constância, de geboorteplaats van Portugal's
beroemde schrijver en dichter Luís Vaz de Camões. Die leefde in de 16de eeuw. In de nabijheid ligt het
romantische kasteel van Almourol uit de 12de eeuw.
Volgens de bronnen werd het nooit veroverd. Het staat temidden een eilandje
in de Taag en de fabels vertellen dat een mooie prinses spook speelde in het
kasteel. Uit de 12de eeuw dagtekent
de vestingstad Torres Novas.
Hier staan vele kerken. Er is een museum over de lokale kunstenaar Carlos Reis (1863-1940). In de omgeving prijkt Vila Cardílio ,een
Romeinse villaruïne. De neolithische grotten Grutas das Lapas werden uitgehouwen
in de rotsen. Zuidelijk van Torres Novas ligt Golegã. Hier wordt jaarlijks de paardenkermis gehouden,
de Feira Nacional de Cavalo. Evenementen Regelmatig worden er door
locale verenigingen 4x4 wedstrijden georganiseerd. Er zijn diverse week markten
in de diverse stadjes rond Pelinos. Eens in de twee á drie
jaar, de bevolking bepaalt zelf of het feest
doorgaat, wordt begin juli in Tomar het Festa dos Tabuleiros gehouden,
georganiseerd door de in de 14e eeuw door Rainha
Santa, de heilige koningin Isabel, gestichte Broederschappen van de Heilige
Geest. Deze broederschappen deelden brood, wijn en vlees aan de armen uit. Het feest duurt vier dagen
en bestaat uit vuurwerk, stieregevechten, muziek en
dans en andere folkloristische activiteiten. De straten worden versierd
met slingers, bogen en papieren bloemen. Het hoogtepunt is de processie op
zondag. Vierhonderd jonge mannen,
zwarte broek, wit overhemd en een gekleurde das, begeleiden een gelijk aantal
jonge meisjes, witte jurk en gekleurde sjerp, in een optocht. De meisjes
dragen moeizaam balancerend op het hoofd, een tabuleiro, een plank of mand opgetuigd niet een
dertigtal broden en versierd niet papieren bloemen en korenaren. Deze toren
is vaak net zo hoog als de meisjes zelf lang zijn. Heidense offerfeesten
liggen aan dit ritueel ten grondslag. Eind oktober wordt tijdens
de Feira de Santa Iria de
heilige Irmé of Irene herdacht. Zij was een non die in Tomar leefde. De monnik Remigo
vermoordde haar en gooide haar in de Rio Tejo. Haar
lichaam spoelde aan in Santarém. Links
naar nabij gelegen plaatsen: Batalha - European Gothic masterpiece; spectacular underground caves Fatima -
Famous shrine of the Catholic world Obidos - The wedding present town; Portugal's
prettiest medieval village Nazare - Colorful,
traditional fishing village Alcobaça - Europe's greatest Cistercian temple Leiria - An old castle in a modern city Santarém - The country's bullfighting capital;
Gothic churches |
|
Orde van de Tempeliers Voor Tomar
was in eerste instantie de in 1119 in Jeruzalem opgerichte orde der
tempeliers belangrijk. Deze orde had zijn hoofdzetel
in een deel van een paleis in Jeruzalem, dat stond op een plein, waar vroeger
de tempel van Salomo gestaan had, vandaar zijn naam. De leden van de orde
waren te herkennen aan een witte mantel met een achtpuntig rood kruis op de
borst. Aan het hoofd van de orde stond een grootmeester. De Portugese tak, de
'Ordem da Cavalaria do Templo' ,
kortweg Templários, had zijn zetel in Tomar. Behalve bij de Kruistochten naar het Heilige Land
waren zij tevens nauw betrokken bij de strijd tegen de Moren op het Iberisch Schiereiland. Zo hadden zij een belangrijk
aandeel in de verovering van Santarem en Lissabon
in 1147. Voor zijn daden werd de
orde beloond met burchten en landgoederen. Dit was niet alleen in Portugal,
maar ook elders het geval. In Europa ontstonden zo
rijke, machtige regionale orden, waarbij de 'Ordre
du Temple' in Parijs de machtigste werd.
Wereldlijke leiders moesten rekening houden met deze machtsfactor. Filips IV de Schone, koning van Frankrijk, was dit
gegeven een doorn in het oog. Hij klaagde de tempeliers aan wegens
zedeloosheid, verwereldlijking en machtsmisbruik. Hij wenste geen staat
binnen de staat. Het bezit van de orde in Frankrijk werd geconfisqueerd en de
onder druk geplaatste paus Clemens V, in ballingschap in Avignon,
ontbond in 1312 de gehele orde. In Spanje en Portugal stuitte dit op groot
verzet. Paus Johannes XXII, Clemens' opvolger,
schonk daarop de Iberische vorsten het recht nieuwe orden te stichten en deze
toegankelijk te maken voor de vroegere tempeliers. |
Orde Christusridders In 1319 stichtte koning Dinis hierop de orde der Christusridders, Ordem da Cavalaria de Nosso Senhor Jesus Cristo, die in 1350 door
paus Julius III verbonden werd met de Portugese kroon. Een aantal jaren was
Castro Marim in de Algarve
het hoofdkwartier van de orde, maar in 1356 vestigden de ridders zich in Tomar. De orde kon zodoende de materiële welstand der
tempeliers verder uitbreiden. Alleen de naam was veranderd, verder bleef
alles bij het oude. Na de definitieve verdrijving
van de Moren kreeg de orde een nieuwe opdracht: de vergroting van de
Portugese koninklijke macht. Hendrik de Zeevaarder
en Manuel I werden grootmeesters en konden zo de orde gebruiken voor hun
idealen. De orde financierde de ontdekkingsreizen en verzorgde de bekering
tot het christendom van de 'ongelovigen'. Hun symbool het achthoekige, rode
kruis, overgenomen van de tempeliers, werd een begrip. Het was onderdeel van het
wapen van Manuel I en het sierde elk zeil van de karvelen van de
ontdekkingsreizigers. Na deze roemruchte periode
werd hun macht echter beperkt, doordat Joáo III in
1523 bepaalde dat het religieuze aspect weer de boventoon moest gaan voeren.
De orde werd weer een zuivere monniksorde. In 1789 volgde de
secularisatie en bij de val van de monarchie in 1910 werd de orde opgeheven. |